Deprecated: Function set_magic_quotes_runtime() is deprecated in /public/sites/www.bijmoer.com/textpattern/lib/txplib_db.php on line 14
bijmoer.com: archief | Wim Bijmoer; illustrator, ontwerper van decors, kostuums, boekomslagen, beeldverhalen.

Wim Bijmoer

Welkom op de site van Wim Bijmoer (1914 - 2000), illustrator, decor- en kostuumontwerper. Wim Bijmoer werd vooral bekend met zijn illustraties bij de versjes van Annie M.G. Schmidt. Dat Wim Bijmoer heel veelzijdig was en veel meer heeft gedaan kunt u zien en lezen op deze site.

Contact

Voor vragen en/of opmerkingen over de verschillende werken van Wim Bijmoer kunt u contact opnemen via de contactpagina. Hier vindt u ook informatie indien u interesse heeft in de aankoop van werk van Wim Bijmoer.

Zoeken

Doorzoek deze website door hieronder een zoekwoord in te vullen.


Het werk van Wim Bijmoer en de inhoud van de website is auteursrechtelijk beschermd. Voor het overnemen, opslaan en verspreiden van (delen van) de inhoud, op welke wijze dan ook, dient u vooraf schriftelijke toestemming te hebben verkregen van de rechthebbende.

Wim Bijmoer en zijn poppentheater - De hele wereld is immers een poppenkast...

Wim Bijmoer met poppenkastpoppen

door Marcel Raadgeep
De meeste mensen kennen Wim Bijmoer van de illustraties, de prentverbeeldingen zoals hij ze zelf noemde, die hij maakte bij het werk van Henriëtte van Eyk, Han G. Hoekstra en natuurlijk Annie M.G. Schmidt. Met de laatste heeft hij lang en intensief samengewerkt. In de periode 1947-1966 maakte hij alleen al bij haar werk honderden illustraties (het beertje Pippeloentje, het schaap Veronica, Abeltje, de familie Doorsnee…enz.). Omdat hierover inmiddels genoeg is geschreven, wil ik in dit artikel graag de beginperiode van Wim Bijmoers artistieke loopbaan belichten. Met name over zijn poppentheater, dat van 1933 tot 1945 heeft bestaan, is weinig bekend. En dat terwijl de artistieke kwaliteit ervan hoog was. Hij maakte zelf poppen en decors, schreef teksten, vervaardigde de poppenkast en speelde met grote passie het spel.

Willem Gerardus Bijmoer wordt geboren op 24 juli 1914 in Amsterdam. Als hij negen jaar oud is, verhuist het gezin Bijmoer naar een buitenwijk van Amsterdam-Oost: het tuindorp Watergraafsmeer, in de volksmond Betondorp genoemd. Dit tuindorp wordt begin jaren twintig gebouwd ‘opdat de arbeider zich in licht en lucht kon ontplooien’. Om de leefomstandigheden van de arbeider te verbeteren maakt met name de SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij) zich sterk voor betere huisvesting. Betondorp moest een modeldorp zijn, een villawijk voor de arbeider. Het is duidelijk dat de meeste bewoners van het dorp politiek gezien links van het midden staan. De Bijmoers gaan wonen in de nieuwbouw aan de Zaaiersweg. Wim Bijmoer komt in Betondorp in contact met de socialistische jeugdbeweging, de AJC (Arbeiders Jeugd Centrale) en wordt een enthousiast lid. Al snel verschijnen zijn tekeningen in hun jeugdorgaan Het jonge volk. Later tekent hij voor de tijdschriften Vrijheid Arbeid Brood en Wij, uitgaven van respectievelijk de SDAP en de Arbeiderspers, waarin hij regelmatig stelling neemt tegen het oprukkend fascisme.

Na de middelbare school krijgt hij op de Kunstnijverheidsschool les in tekenen en kunstgeschiedenis. Bij het reclamebureau REMAKO werkt hij enkele jaren als affichetekenaar.
Omstreeks 1930 leert hij in Betondorp Jet Bonn kennen, een onderwijzeres van de ‘Openbare Voorbereidende School’, ook aan de Zaaiersweg. Zij organiseert al jarenlang kinderfeestmiddagen voor scholen en kleine verenigingen, waar ze meestal zelf ook optreedt. Ze ontdekt Wims artistieke talent en betrekt hem bij haar vele creatieve activiteiten.
Eén van Wim Bijmoers eerste optredens is op 28 december 1931 – hij is dan 17 jaar oud. Onder de hoede van Jet Bonn treedt hij dan belangeloos op voor kinderen van werkloze arbeiders in Amsterdam. Het programma is samengesteld door het ‘Amsterdamsche Kunstenensemble’. In het middagprogramma vertelt Jet Bonn verhalen, zingt liedjes, tekent leuke prentjes, en speelt samen met Wim Bijmoer een schimmenspel, waarbij de in beeld gebrachte Oud-Hollandse liedjes door de kinderen luid worden meegezongen. Hoewel hij op deze middag slechts een kleine rol heeft is zijn zelf bedachte en ontworpen schimmenspel een groot succes.
Omslag tekstboekje
Omslag tekstboekje Het Betooverde Paleis, 1933.

Het betooverde paleis
De samenwerking tussen de twee verloopt geweldig, ze voelen elkaar goed aan. Al snel groeit er een hechte vriendschappelijke band. In 1933 onstaat het idee voor een poppentheater. Bijmoer ontwerpt de poppen, de decors en ook de poppenkast. Bovendien schrijft hij zijn eerste spel Het betooverde paleis, een sprookje in zes bedrijven. Tijdens een feestmiddag in december 1933 voert hij het stuk, natuurlijk met Jet Bonn, op voor de SDAP-jeugd.
Het tweede bedrijf van het spel begint in de kamer van de koningin. De hofdame en de lakei snuffelen in de kleerkist van de koningin:

Lakei: Ooo, wat mooi…, nee die hoed meer zo…, ja zo en die mantel…, nou ik moet zeggen het staat je goed!
[hofdame, op met hoed en mantel, draait zich deftig om]
Hofdame: Ben ik nu niet veel mooier dan de koningin?
[lakei lacht zachtjes, zegt tot de kinderen]
Lakei: O hemel ’t lijkt wel een vogelverschrikker
Hofdame: Nu, hoe vind je me?
[lakei hard]
Lakei: O ja, veel mooier
Hofdame: Ja, dat dacht ik ook. Ze moesten mij maar koningin maken, al die dingen staan mij veel beter. Hoe loopt de koningin ook alweer? O ja, zo…
[hofdame loopt met de neus in de wind over het toneel, de sleep achter haar aan]
[lakei lacht achter haar rug]
[hofdame tot lakei, deftig]
Hofdame: Draag mijn sleep!
[lakei doet dit]
[hofdame paradeert over het toneel]
[plotseling komt koningin op, de lakei ziet haar het eerst en verstopt zich achter de kist]
[hofdame merkt eerst niets, maar bij het omdraaien staat ze plotseling tegenover de koningin]
Koningin: Zóóóó..., dat zie ik nu eens net hè... Dat trekt maar mijn mantels aan en zet mijn hoeden op. Och, och mens, wat zie je er uit, je lijkt wel een vogelverschrikker
[lakei lacht stiekem]
Koningin: Wie lacht daar? O, ben jij dat lakei, kom er maar onderuit hoor, ik had je toch al gezien
Wat doen jullie in mijn kamer?
Hofdame: Ja, ziet u, ik was hier toevallig en toen zag ik de kist openstaan
Koningin: O, ik dacht toch dat ik hem had dichtgedaan
Hofdame: En toen dacht ik dat die kleren eigenlijk eens gelucht moesten worden
Lakei: O grutjes, wat kan jij jokken!
Koningin: Stil maar lakei, dat weet ik allang
Koningin: Berg jij even die mantel en hoed op en sluit de kist goed af. En breng me dan de sleutel
[koningin af]
[hofdame kijkt de koningin na en zegt tot lakei]
Lakei: O, jij verklikker… ik zal je…
[rent de lakei achterna…, beiden af]

‘Wim Bijmoer heeft van zijn artistieke kwaliteiten blijk gegeven’ en ‘Jet Bonn heeft met haar rol van de stotterende lakei tot het welslagen van deze unieke poppenkastvoorstelling bijgedragen’ is enkele dagen later in de krant te lezen.
Hierdoor aangemoedigd bewerken ze samen een aantal ‘Jan Klaassen-spelen’ en bekende sprookjes zoals ‘Roodkapje’ en ‘Tafeltje-dek-je’. Ze treden voornamelijk op in scholen, clubhuizen en bioscopen. Ze verzorgen feestmiddagen (Sinterklaas, 1 mei) bij allerlei verenigingen. De voorstellingen beperken zich meestal tot Amsterdam en omstreken.
Foto voorstelling Tafeltje-dek-je
Foto voorstelling Tafeltje-dek-je, jaren dertig.

Tijdens een voorstelling voor ouders en leerlingen van de ‘Openbare Voorbereidende School’, de school van Jet Bonn, ziet een huisarts – ene J.M. Timmermans- Bijmoers Poppentheater voor het eerst. Getroffen door de prachtig uitgevoerde poppen en decors vindt hij dat er aan het werk van Bijmoer meer bekendheid moet worden gegeven. Samen met Jet Bonn organiseert Timmermans een speciale middagvoorstelling. Er worden zelfs officiële uitnodigingen verstuurd. En op zondagmiddag 30 december 1934 speelt Wim Bijmoers Poppentheater in het Meerhuis op de Brink de sprookjes Roodkapje en Tafeltje- dek -je. In de zaal zitten deze keer voornamelijk volwassenen: pedagogen en bestuurders van jeugdwerkverenigingen. Zelfs de Gemeentelijk Inspecteur van Onderwijs is present.
Uitnodiging voorstelling 1934
Niet alleen de genodigden, maar ook de recensent van het plaatselijke nieuwsblad Amsterdam-Oost, is laaiend enthousiast. Op 5 januari 1935 schrijft hij:
’ (...) het kenmerkende van Bijmoers Poppentheater is dat het den “bezoekers” geheel in den theater-sfeer brengt. Men vergeet de poppen en de kast… Men kijkt, men luistert, ja als kleine kinderen leven wij grootte menschen mee in het simpele kindersprookje alsof we in een echt theater zitten en meegesleept worden door de handeling op het tooneel… Komt het door de wonderbaarlijk geslaagde decors? Door de voortreffelijk gemaakte poppen? Door Jet Bonn’s uitmuntend voorgedragen teksten? Of zijn het al deze belangrijke factoren die dit poppentheater ver doen uitsteken boven alles wat zich op dit gebied de laatste jaren is komen aandienen?
Wim Bijmoer zijn wij dankbaar voor dit prachtig stuk werk. Alle aandacht is nu gevestigd op dezen 20-jarigen kunstenaar, voor wien een succesvolle loopbaan is weggelegd!’
Foto Jet Bonn en Wim Bijmoer voor de poppenkast
Jet Bonn en Wim Bijmoer

Vanaf dat moment heeft het theater een officiële naam: ‘Wim Bijmoers Poppentheater’.
In de daarop volgende jaren worden nieuwe stukken geschreven (Jan Klaassen wint de loterij en Jan Klaassen gaat vissen) en worden ook weer ‘nieuwe’ sprookjes bewerkt . Bijmoer gaat het steeds professioneler aanpakken. Hij zoekt de publiciteit, hij laat advertenties plaatsen in kranten en tijdschriften en hij nodigt journalisten uit om repetities en voorstellingen bij te wonen.
Concertgebouw affiche De Gelaarsde Kat
Het duo krijgt meer en meer succes. Ze trekken nu met hun theater door heel Nederland. Soms proberen ze iets nieuws uit. Zo leggen ze eind 1936 de laatste hand aan een poppenspel voor volwassenen. Het is een bewerking van de Faust van Goethe. Maandenlang wordt er gewerkt aan teksten, decors en poppen. De jonge musicus Wim Gaffel schrijft er zelfs muziek -voor fluit, gitaar en altviool – bij. Helaas is er voor het stuk weinig belangstelling.

Tournee voor luistervinken
In de kerstvakantie van 1937 worden ze door de A.V.R.O. geboekt voor een toernee bestemd voor jonge luistervinken. In die laatste week van het jaar spelen ze in Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Haarlem.
Als tante Jet en oom Wim, zoals ze zichzelf voor de gelegenheid noemen, bespelen ze deze keer niet alleen de poppen, maar geven ze ook een demonstratie sneltekenen. Verder vertelt tante Jet – in Biedermeier kostuum gehuld – het uiterst komische verhaaltje Marietje de Opschepster.
Poppenkastpop De wolf
Roodkapje en…

In 1938 worden tientallen voorstellingen gegeven in het kindertheater van het warenhuis de Bijenkorf. Ook de eigen bewerking van de evergreen Roodkapje wordt hier opgevoerd:

...‘want zie je…, ik heet eigenlijk Annie, maar iedereen vindt dat rooie mutsje toch zo aardig, dat ze me maar Roodkapje hebben genoemd. Nou moet ik natuurlijk altijd dat rooie kapje dragen. Want stel je nou toch eens voor dat ik een wit mutsje op ging zetten, of een groen hoedje, of een lila…, dan zouden de mensen me toch niet meer Roodkapje kunnen noemen hè?’...
Poppenkastpop De Wolf
De Wolf

Afbeelding flyer Bijenkorf Rotterdam
Naar aanleiding van de voorstellingen laat de Bijenkorf later per brief weten:
‘Over de wijze van verzorging kunnen wij onze grote tevredenheid betuigen, waarbij vooral de pedagogische bewerking van de opgevoerde stukken bijzonder dient te worden vermeld. Wij kunnen dit poppentheater dan ook bijzonder aanbevelen’.

Colijn
Wim Bijmoer en Jet Bonn spelen niet alleen maar voor kinderen. Inmiddels hebben ze ook een aantal politiek-humoristische stukken geschreven. Hiermee trekken ze in de avonden door het land. Over de inhoud van deze stukken is niets bekend. Dat minister-president Colijn hierin in ieder geval een rol speelt, bewijst zijn bewaard gebleven van papier-maché gemaakte poppenhoofd.
Popenhoofd van Colijn
Een ander politiek getint spel maken ze voor hun ‘eigen mensen’. In het Ajax-stadion wordt in november 1938 het 10-jarig jubileum gevierd van de ‘Afdeling 8’ van de S.D.A.P, de afdeling tuindorp Watergraafsmeer. Speciaal hiervoor stellen Wim Bijmoer en Jet Bonn het programma Tien jaar afdeling 8 samen. Dit propagandistische poppenspel, door het publiek vaak met luide bijvalsbetuigingen onderbroken, is een groot succes. Misschien heeft Colijn ook in dit spel een hoofdrol gespeeld?

Na de Duitse inval in mei 1940 gaat het theaterbedrijf ‘gewoon’ door. In 1941 wordt de Kultuurkamer ingesteld. Kunstenaars die willen blijven werken zijn verplicht zich aan te melden. Omdat Wim Bijmoer in de periode 1941-1945 regelmatig met zijn poppen optreedt, is hij zeer waarschijnlijk ook aangemeld.
Vanaf 1941 worden steeds meer maatregelen tegen joden ingesteld. Het wordt joodse kunstenaars verboden op te treden. Ook Jett Bonn moet stoppen. Wim Bijmoer staat voor wat misschien wel de moeilijke keuze in zijn hele leven wordt. Uiteindelijk neemt hij de beslissing om alleen door te gaan met zijn poppentheater.
Affiche Kindervoorstellingen
Vanaf 1942 treedt hij alleen nog op in Amsterdam. Het ‘werken met plezier’ is helemaal verdwenen. In deze moeilijke periode moet hij werken om zijn gezin te onderhouden. In 1944 komt hij in contact met de illegale ‘Paroolgroep’, en speelt hij een actieve rol in het verzet. Tegelijkertijd staat hij in de paas- en zomervakanties, wekenlang met kindervoorstellingen in het Concertgebouw. Opgevoerd worden o.a. De gelaarsde kat, Hans en Grietje, De rattenvanger van Hamelen en Likkepot, de beer.
Met het stuk Jan Klaassen gaat vissen neemt Wim Bijmoers Poppentheater op zondag 14 januari 1945 definitief afscheid van het publiek.

De Inktvis
Na de oorlog blijkt dat heel veel van Bijmoers joodse vrienden de concentratiekampen niet hebben overleefd. Ook Jet Bonn is niet teruggekomen. Zij sterft op 11 juni 1943 in Sobibor. Bijmoer, ziek van verdriet, vlucht in zijn werk en wil niet meer aan de oorlog denken. Hij komt bij het dagblad Het Parool terecht. Eerst is hij journalist, maar al snel wordt hij in dienst genomen als illustrator. Andere belangrijke bladen waarvoor hij werkt zijn De Stem van Nederland en Ruim Baan.
In 1947 staat Wim Bijmoer opnieuw op het podium, nu niet met een poppenkast, maar met het pas opgerichte Journalistencabaret De Inktvis. Samen met o.a. Jeanne Roos, Willem Wittkampf, Bob Steinmetz, Han G. Hoekstra en Wim Hora Adema brengt hij liedjes en sketches. Hij ontwerpt de decors, maar speelt ook zelf mee. Onder ‘aanvoering’ van Annie M.G. Schmidt – ze levert de meeste, en de beste teksten – vernieuwen de leden van ‘De Inktvis’ het Nederlandse cabaret definitief. Wim Bijmoer wordt geroemd om zijn creatie ‘Monsieur Maurice’, ook een tekst van Annie M.G. Schmidt.
In mei 1947 maakt hij voor het eerst een illustratie bij een gedicht van Annie M.G. Schmidt: De drie augurken. Op 24 mei 1947 wordt het in Het Parool gepubliceerd. Jarenlang blijft hij haar vaste illustrator.

Helemaal vergeten kan Bijmoer zijn poppentheater niet. Begin 1950 maakt hij een tekening van een poppenkast, Annie M.G. Schmidt maakt er speciaal voor hem een versje bij. Op 21 januari 1950 verschijnt ‘Donderdag komt de poppenkast’ in het Rotterdamsch Parool.
Illustratie 'Donderdag komt de poppenast', 1950
Illustratie bij ‘Donderdag komt de poppenast’, 1950.

Op donderdagmorgen, dat staat vast
dan komt op het pleintje de poppenkast,
de kinderen komen gelopen
uit de Peperstraat, uit de Havenstraat
ze wachten totdat er een belletje gaat
dan gaan de gordijntjes open.

De kinderen lachen van Hi! en van Ha!
Daar komt de dood van Pierlala!
Jan Klaassen en Katrijntje!
Wat doet Jan Klaassen? Hij slaat z’n vrouw
en alle kinderen roepen: Au!
en gillen over het pleintje.

Dan komt er een aap met een lange staart
die malle aap is de moeite waard,
hij doet zulke stoute dingen!
Hij klimt op de deurtjes, er boven op
dan trekt hij Jan Klaassen aan z’n kop,
en alle kinderen dringen.

Maar opgepast, nu opgepast!
daar komt de vrouw van de poppenkast
om centen op te halen,
het ligt er maar aan, hoe rijk je bent
soms geef je een stuiver, soms geef je een cent
maar iedereen moet betalen.

En wat krijgt de aap, die grappige aap?
Nu, stil maar, die krijgt van kleine Jaap
een heerlijk colombijntje*,
en dan is het spel voor vandaag gedaan,
de poppenkast moet weer verder gaan,
dan is het weer stil op het pleintje.

*een cakeje van zeer zacht gebak

De poppenkast komt nog één keer terug in het oeuvre van Wim Bijmoer. Voor de CPNB ontwerpt hij in 1960 De Kinderboekenweek Poppenkast, een knipplaat die kinderen cadeau krijgen bij aankoop van een boek van tenminste f. 2,50. Annie M.G. Schmidt schrijft er het spel Jan Klaassen wil de wereld rond bij.
Afbeelding Kinderboekenweek Poppenkast 1960
Vanaf 1966 is Wim Bijmoer meer decorontwerper dan illustrator. Voor zowel theater als televisie kleedt hij tientallen programma’s aan. Letterlijk en figuurlijk, want ook de ontwerpen voor de kostuums neemt hij meestal voor zijn rekening.
Wim Bijmoer overlijdt op 29 september 2000 op 86-jarige leeftijd.

Bronnen: